Opmerking van de Nederlandse vertaler: Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in 2013 en deze Nederlandse vertaling is lichtelijk bijgewerkt. Om naar dit artikel te luisteren kunt u klikken op de bovenstaande afspeelknop.

 

Jehovah’s Getuigen staan resoluut onder het gezag van het Besturende Lichaam van het Wachttorengenootschap. Niemand die op de hoogte is van de feiten, zou de waarheid ten aanzien van deze stelling kunnen ontkennen. Jehovah’s Getuigen zullen zelf dan ook bevestigend toegeven dat hun positie en hun kwalificaties in relatie tot hun naaste christenen in de eerste plaats worden gewogen en beoordeeld naar aanleiding van hun mate van loyaliteit en onderwerping aan de theocratische leiding van “de slaaf”.

Vanaf het jaar 1985 tot vrij recentelijk nog, moesten degenen die Jehovah’s Getuigen wilden worden, in het openbaar verklaren dat ze erkennen dat hun doop hen ‘associeert met Gods door de geest geleide organisatie‘. Op dit moment is deze geloofsbelijdenis echter gewijzigd. Toch wordt het als één van de meest ernstige zondes beschouwd wanneer een Jehovah’s Getuige, iets wat de organisatie onderwijst, verwerpt als een onwaarheid of wanneer deze persoon überhaupt zijn twijfels uit. Dat komt doordat deze daad binnen de organisatie wordt beschouwd als een vorm van afvalligheid.

Omdat Jehovah’s Getuigen er absoluut van overtuigd zijn dat de hemelse leiding van de organisatie exclusief gekanaliseerd wordt door middel van de organisatie, wordt er daardoor ook automatisch van uitgegaan dat dat ook altijd het geval zal zijn. Men heeft Jehovah’s Getuigen ertoe gebracht te laten geloven dat wanneer de kritieke dagen van de grote verdrukking beginnen, het Besturende Lichaam als een baken van licht overeind zal blijven staan en dat ze speciale levensreddende instructies zullen uitvaardigen voor alle gelovigen.

Is het dan niet waar dat het Wachttorengenootschap zichzelf op subtiele wijze promoot als de tegenbeeldige ark van redding? En houdt dat dan ook niet automatisch in dat de Organisatie door Jehovah’s Getuigen wordt beschouwd als de enige bron van redding, of in ieder geval als Jehovah’s enige voorziening om tot redding te kunnen komen?

Maar is dat ook echt zo?

Laten we de vraag eens als volgt herformuleren: Ongeacht de mate waarin het Wachttorengenootschap in de afgelopen anderhalve eeuw een belangrijke rol heeft gespeeld bij het verwezenlijken van een belangrijke fase van Gods voornemen, rijst de vraag: Zal de organisatie in de toekomst een rol gaan spelen bij het leiden van de Jehovah’s Getuigen tijdens het besluit? En zo niet, wat zal dat dan voor gevolgen hebben voor de miljoenen gelovige zielen die naar het Besturende Lichaam en het Wachttorengenootschap opkijken als hun leidende baken van licht?

Voordat we de opgeworpen vragen nader zullen gaan beschouwen, zouden we ons eerst bewust moeten worden van de grotere overkoepelende en universele strijdvraag die aan deze kwestie ten grondslag ligt. Wanneer we eens in ons achterhoofd houden dat in het licht van de voortdurende controverse tussen God en Satan, waarbij de duivel de “aanklager van onze broeders” is, “die hen dag en nacht beschuldigt voor onze God”, wat zouden deze beschuldigingen dan precies kunnen omvatten?

Aangezien het geloof van alle Jehovah’s Getuigen onlosmakelijk verbonden is met hun gehoorzaamheid aan het Wachttorengenootschap, lijdt het geen twijfel dat Jehovah de Organisatie in de loop van haar bestaan heeft beschermd en gezegend, zodat de fundamentele boodschap van de waarheid tot in de verste uithoeken van de aarde kon worden gepredikt. Er is dus ook niet echt een grote verbeeldingskracht voor nodig om in te zien dat de meest heftige beschuldiging van de Beschuldiger is, dat alle Jehovah’s Getuigen slechts volgers zijn van mensen en daardoor alleen maar onderdeel uitmaken van een loutere sekte.

We dienen hier ook niet te veronderstellen dat de beschuldigingen van de Duivel volkomen ongegrond zijn. Alleen al het feit dat een toenemend aantal mensen, die de lucht diep inademen welke afkomstig is van Satan, Jehovah’s Getuigen beschouwen als loutere Wachttoren-aanbidders en als meelijwekkende gehersenspoelde slachtoffers van een kwaadaardige sekte, mogen we dit zeker beschouwen als een weerklank die voortkomt uit “de heerser over de macht van de lucht“.

Lang voordat Jezus onthulde dat Satan de slechte invloed is die achter de schermen over de wereld heerst, opende het boek Job het gordijn van de hemel door te onthullen dat Satan nog niet eens zo heel lang geleden op een bepaald moment was opgestaan tijdens een samenkomst van engelen om de beschuldiging te uiten dat er een man was die Job heette, die zogenaamd enkel vanuit zelfzuchtige redenen gemotiveerd zou zijn geweest om God te dienen – waarmee Satan impliceerde dat daarmee ook alle andere intelligente schepselen in de hemel en op aarde God enkel zouden dienen op basis van egoïstische beweegredenen. Daarom noemen we dit ook de universele strijdvraag.

In al zijn grootse wijsheid besloot God dat de enige manier waarop het antwoord op deze aantijging van de Beschuldiger kon worden verkregen, was door alle bescherming en zegeningen van Job weg te nemen om het vervolgens aan de Duivel toe te staan om hem te gaan kwellen.

Hoogstwaarschijnlijk bent u op de hoogte van hoe deze beproeving afliep. Job verloor alles wat hij bezat en hij werd gereduceerd tot een uiterst ellendige toestand. Maar uiteindelijk greep God in en Hij draaide Jobs benarde situatie om en Hij herstelde zijn zegen door hem alles dubbel terug te geven wat hij was kwijtgeraakt.

Zoals uit het boek Openbaring blijkt, is de Duivel van plan om met name de broeders van Christus te beschuldigen. Dit is ook logisch omdat zij uiteindelijk ook voorbestemd zullen zijn om Satans heerschappij te vernietigen waarna zij als toekomstige heersers de plek van Satan en zijn demonische engelen zullen innemen. Daarom had Jezus in de nacht van zijn arrestatie ook de apostel Petrus gewaarschuwd dat Satan hen voor zich had opgeëist om ze vervolgens als tarwe te ziften, wat Jehovah ook had toegestaan, net zoals toen in het geval van Job.

Dus wanneer de goddeloze en al zijn engelen uit Jehovah’s hemel zullen worden geslingerd en hun bewegingsvrijheid zal worden beperkt tot de aardse contreien met het oog op de laatste grote confrontatie, onthult Openbaring aan ons dat de draak in al zijn woede zal uitbarsten en erop uit zal trekken om oorlog te gaan voeren tegen de overgeblevenen van de broeders van Christus die de verplichte taak op zich zullen dragen om voor Jezus te getuigen.

Momenteel geloven Jehovah’s Getuigen met geheel hun hart dat de Duivel en zijn demonen al lang geleden werden neergeslingerd en dat ze al lang geleden zouden zijn begonnen met het brengen van ongekende “wee” over de aarde en de zee, en dat ze al zouden zijn begonnen met het ontketenen van een ongekende stortvloed van vervolging tegen het volk van God.

Maar is dat ook echt zo?

Natuurlijk moge het duidelijk zijn dat de verdrijving van Satan uit de hemel het resultaat zal zijn van het aan de macht komen van het Koninkrijk van Christus. De vraag luidt dus eigenlijk als volgt: Begon Christus al in 1914 over de wereld te regeren? Bestaat er voor ons een manier om het antwoord op deze vraag met zekerheid vast te kunnen stellen?

Jazeker, dit is absoluut mogelijk. Echter heeft dit niets te maken met een soort wiskundige berekening van het aantal jaren vanaf de tijd dat Jeruzalem 25 eeuwen geleden door koning Nebukadnezar werd verwoest. Het enige dat nodig is om dit vast te kunnen stellen is een zekere mate van gezond verstand, evenals de bereidheid om oprecht te redeneren over de feiten die voorhanden zijn.

revelationWanneer we weer even terugkeren naar Openbaring: De enige authentieke chronologie die verband houdt met de komst van het Koninkrijk, betreft een tijdsinterval welke begint met de verdrijving van Satan uit de hemel. Met andere woorden, de Bijbelse chronologie markeert de periode vanaf het moment dat Jezus aan de macht komt en duidt dit aan als een “korte tijdsperiode” waarin het de Duivel wordt toegestaan om nog op aarde te verblijven, voordat hij gedurende duizend jaar zal worden opgesloten. Openbaring 12: 6 & 14 onthullen dat de “korte tijdsperiode” die de woedende demonen toegewezen hebben gekregen waarin zij de gemeente van Christus mogen vervolgen: 1260 dagen bedraagt, ook wel uitgedrukt als een “tijd, tijden en een halve tijd” – oftewel 3 ½ tijden.

Het Wachttorengenootschap legt geen verband tussen de “korte tijdsperiode” en de periode van 1260 dagen. Wat daarnaast nog erger is, is het feit dat ze de geopenbaarde chronologie die verband houdt met de komst van het Koninkrijk, irrelevant hebben gemaakt door deze toe te wijzen aan de periode rondom het jaar 1919. Het Wachttorengenootschap veronderstelt dat Satans ‘korte tijdsperiode’ onderhand al meer dan een eeuw bezig is en dat deze ‘korte tijd’ zelfs nu nog steeds voortduurt! En blijkbaar is daarnaast ook de woede-uitbarsting van Satan richting de “vrouw” en haar nakomelingen in de daaropvolgende decennia ook nog eens aanzienlijk afgezwakt.

Maar wanneer we het bovenstaande nu eventjes laten voor wat het is dan kunnen we vervolgens eens oprecht gaan redeneren over de waarheid.

Volgens zowel het 7de als het 12de hoofdstuk van Daniël vindt de vervolging van de heiligen door het beest plaats over een tijdsperiode van een ‘tijd, tijden en een halve tijd’, precies zoals ook wordt geopenbaard in Openbaring. Na afloop van deze tijdsperiode zal God tussenbeide komen en wordt het Koninkrijk aan de heiligen gegeven en zal het beest worden vernietigd. Daniël 12: 7 informeert ons dat aan het einde van de vastgestelde tijd er een einde komt aan alle dingen. Er staat geschreven: Het zal zijn voor een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een halve tijd. Zodra het verpletteren van de macht van het heilige volk eindigt, zal er aan al deze dingen een eind komen.

Laat de meesters van de mythe, die zich binnen Bethel bevinden, nu dan eens samenhangend uitleggen hoe alle dingen die in de profetie van Daniël worden uiteengezet, met inbegrip van Michaël die opstond om de koning van het noorden te verslaan evenals de parallelle profetie over de woest uitziende koning die de heiligen te gronde zal richten voordat hij zal worden vernietigd door de Vorst der vorsten, op dit moment al “aan een eind zijn gekomen.”

Wat nog een ander in het oog springend aspect is omtrent de misleiding van het Wachttorengenootschap, heeft te maken met het merkteken van het beest. Het 13de hoofdstuk van Openbaring onthult op dezelfde manier dat de heiligen zullen worden overwonnen door het beest en dat dit beest gedurende tweeënveertig maanden oorlog tegen hen zal voeren – oftewel gedurende 3 ½ tijden. Het beest zal beginnen oorlog te voeren nadat een van zijn koppen een dodelijke zwaardslag heeft ontvangen, om vervolgens op wonderbaarlijke wijze weer tot leven te komen. Ook blaast het beest onmiddellijk na zijn herstel leven in zijn beeld, dat dan ook tot leven zal komen en deze zal dan eisen dat iedereen het merkteken van het beest op zijn hand of voorhoofd ontvangt.

Niemand die het beest aanbidt, zal zijn naam terugvinden in het boek des levens. Met andere woorden, ze zullen gedoemd zijn tot de straf van de tweede dood. De reden hiervoor is dat de regering van het beest en de regering van Christus gedurende die toegewezen ‘korte tijd’ beiden gelijktijdig aan de macht zullen zijn. Dus degenen die hun bewondering voor het beest zullen uiten zullen daarmee aantonen dat ze dus vijanden zijn van het Koninkrijk van God.

Het is duidelijk dat het verdrijven van de zevenkoppige draak uit de hemel zal resulteren in de doodsklap tegen de kop van het zevenkoppige aardse beest. Uiteraard is het een feit dat het Wachttorengenootschap blijft beweren dat het beest tijdens de Eerste Wereldoorlog al zogenaamd een dodelijke wond aan zijn kop zou hebben opgelopen. Ze beweren dit zelfs ondanks het feit dat het Anglo-Amerikaanse duo als overwinnaars uit de oorlog waren gekomen en ondanks het feit dat geen van deze beide natiën op ook maar enig moment hebben geleden onder een soort van maatschappelijk tumult als gevolg van deze oorlog!

Om het punt te onderstrepen: Babylon was ooit het meest dominante rijk van Satans samenstel. De stad Babylon werd zelfs beschouwd als een onneembare vesting. De Chaldeeën hadden de stad van Jehovah verwoest en hadden het volk van God tot slaaf gemaakt. Toch voorspelde een integraal onderdeel van de Hebreeuwse profetie de plotselinge omverwerping van Babylon door koning Cyrus en de Medo-Perzen. De val van Babylon schokte de natiën.

Gezien het feit dat de ogenschijnlijke dood van het beest evenals zijn terugkeer uit de dood een belangrijk onderdeel vormt van “de dingen’ die binnenkort volgens Openbaring zullen moeten plaatsvinden, zouden we dan ook moeten aannemen dat de vervulling van de Apocalyps in de praktijk dan een soort van non-event zou moeten voorstellen, zoals de vermeende complete ineenstorting van de Anglo-Amerikaanse wereldmacht tijdens de Eerste Wereldoorlog? Maar hoe is het dan mogelijk dat de ineenstorting van de leidende natiën van deze wereld op geen enkele manier valt te vergelijken met de omverwerping van Babylon, Assyrië, Tyrus of Egypte? En hoe is het daarnaast dan ook nog eens mogelijk dat de historici van onze moderne tijd geen enkele wetenschap bezitten omtrent de bewering van het Wachttorengenootschap, dat het politieke systeem tijdens de Eerste Wereldoorlog zou zijn vernietigd?

Daar blijft het echter niet bij: Jehovah’s Getuigen zijn ertoe gebracht te geloven dat de impotente Volkenbond het profetische beeld van het beest zou zijn geweest. Bijgevolg onderwijst Bethel dan ook nog eens dat vanaf het jaar 1922 de mensen het merkteken van het beest begonnen te ontvangen. Als voorbeeld van het soort nonsens dat Jehovah’s Getuigen als waarheid dienen te omarmen, volgt hier een fragment uit het Grootste Climax-commentaar op Openbaring door het Wachttorengenootschap:

“Er wordt dwang op de mensheid uitgeoefend om het merkteken van het wilde beest te aanvaarden, met het oogmerk dat „niemand zou kunnen kopen of verkopen, behalve wie het merkteken heeft, de naam van het wilde beest of het getal van zijn naam” (Openbaring 13:16, 17). Maar hiervoor moet een prijs worden betaald! Jehovah beschouwt degenen die het merkteken aanvaarden, als personen die geslagen zijn met „een schadelijke en kwaadaardige zweer”. Sedert 1922 zijn zij in het openbaar gekentekend als personen die de levende God verworpen hebben. Hun politieke intriges hebben geen succes en zij verkeren in radeloze angst. Geestelijk zijn zij onrein. Als zij geen berouw hebben, zal deze „schadelijke” ziekte tot hun dood leiden, want het is nu de dag van Jehovah’s oordeel. Òf iemand is een deel van het samenstel van dingen van deze wereld òf hij dient Jehovah aan de zijde van Christus — er is geen neutraal tussenterrein.”

Op wat voor manier zou het dan hebben plaatsgevonden dat de Volkenbond de mensheid heeft belet om te kopen en te verkopen? Dat is voor mij een compleet raadsel. Echter zou het mijns inziens voor mensen die in de 21ste eeuw leven een niet al te grote opoffering moeten zijn om berouw te betonen met betrekking tot het geven van een ongepaste vorm van eerbetoon richting de inmiddels opgeheven Volkenbond.

Even afgezien van dergelijke absurde leerstellingen, spreekt het Wachttorengenootschap zichzelf ook nog eens tegen door te beweren dat er “geen neutraal tussenterrein” is, maar dat mensen tegelijkertijd wel berouw kunnen tonen om zich vervolgens te ontdoen van de schadelijke en kwaadaardige zweer van verdrukking die Jehovah over de aanbidders van het beest uitstort.

In feite bagatelliseert het Wachttorengenootschap hiermee de betekenis van het merkteken van het beest en Jehovah’s oordeel. Maar wanneer we zelf het boek Openbaring goed lezen dan zien we dat de profetie expliciet onthult dat niemand die het merkteken ontvangt dit ook zal overleven. En aangezien we weten dat dit waar is, waarom zou men dan nog de moeite nemen om te gaan prediken tot een wereld die al gedoemd is tot de eeuwige dood en geen hoop meer heeft op enige vorm van vergeving? Daarnaast rijst ook nog de voor de hand liggende vraag of dit dan wel rechtvaardig en rechtmatig zou zijn vanuit de kant van God, om de reeds overleden generaties tot in de eeuwigheid te verdoemen, die toen misschien dachten dat de lang geleden opgeheven Volkenbond wellicht een goed idee zou zijn geweest. Helaas blijkt dat er maar heel weinig Jehovah’s Getuigen bestaan die zelf in staat zijn om de godslasterlijke leer van het Wachttorengenootschap te doorzien.

Het is waar dat het Besturende Lichaam voorlopig in ieder geval nog aan het genieten is van de luxe dat de doorsnee Jehovah’s Getuigen hun onvoorwaardelijke gehoorzaamheid en geloof hechten aan ditzelfde Besturende Lichaam. Daarnaast wordt het Besturende Lichaam ook niet gedwongen om verantwoording af te leggen aan de gewone reguliere aardse Jehovah’s Getuigen ten aanzien van de volslagen onzin die ze zelf publiceren. Echter is de realiteit van dit alles dat de 1914-doctrine van het Wachttorengenootschap enkel en alleen kan worden gehandhaafd door middel van de slinksheid aan de kant van de schrijvers van Bethel evenals door middel van de tirannie van hun autoriteit. Met andere woorden: Bethel eist eenvoudigweg dat alle Jehovah’s Getuigen hun misleiding als de zuivere waarheid dienen te accepteren en te geloven…of anders zal dit grote consequenties voor ze hebben.

Beschouw nu eens, voordat u de antwoorden op de oorspronkelijk gestelde vragen overweegt, nogmaals het verslag in het boek Job. Hoewel Jehovah van oordeel was dat Job een onberispelijk en oprecht man was, veroordeelde God Job toch omdat hij zichzelf rechtvaardig had verklaard. Echter wees God daarnaast ook zijn beschuldigers streng terecht.

Interessant genoeg sprak Jehovah vanuit een huilende storm toen hij de zaken recht zette. Volgens datzelfde patroon is Jehovah ook voornemens om de zaken in het laatste deel van de dagen recht te zetten door middel van een grote storm – de storm van Jehovah, ook wel bekend als de grote verdrukking.

Beschouw nu vervolgens eens de profetie van Jesaja.

In het vorige deel uit deze reeks artikelen over Jesaja werd aangetoond dat het leiderschap van het Wachttorengenootschap overeenkwam met de beschrijving van degenen die voorkomen dat anderen tot een nauwkeurig begrip van Gods profetische boodschap kunnen komen. In feite zeggen ze tegen degenen die de boodschap van de Bijbelse zieners horen: “Laat jullie visioenen maar zitten”, en tegen de visionairs: “Vertel ons geen ware voorspellingen. Vertel ons dingen die we graag willen horen, voorspel misleidende illusies. Verlaat de weg, wijk af van het pad. Vertel ons niet meer over de Heilige van Israël.” (Jesaja 30:10-11)

En net zoals Jehovah de dwaze profeten in het 13de hoofdstuk van Ezechiël aan de kaak stelde – degenen die voortdurend witkalk aanbrengen op een geïmproviseerde muur – maakt Jehovah door middel van Jesaja een soortgelijke analogie met een muur die door de leiders van Gods volk wordt onderhouden, door tegen hen te zeggen: Daarom zegt de Heilige van Israël: ‘Omdat jullie dit woord verwerpen en jullie vertrouwen op leugens en bedrog en daarop steunen, zal deze overtreding voor jullie zijn als een beschadigde muur, als een uitpuilende hoge muur die op het punt staat in te storten. Hij zal plotseling en onverwacht vallen. Hij zal stukgeslagen worden als een grote pottenbakkerskruik en zo volledig verbrijzeld worden dat er nog geen scherf van overblijft waarmee je vuur uit de haard kunt halen of water uit een plas kunt scheppen.” (Jesaja 30:12-14)

Bestaat er dan nog enige twijfel over, dat de leiders van Jehovah’s Getuigen de “koppige zonen” zijn over wie Jehovah “wee” uitspreekt. Koppige zonen die voor zichzelf zorgen door middel van sluwheid en misleiding met betrekking tot hun bedrog als gevolg van hun 1914-leugen? En hoe zal dan hun “uitpuilende hoge muur” “plotseling en onverwacht” instorten? Deze muur zal plotseling heftig ineenstorten tijdens de onverwachte komst van Jezus Christus die als een dief in de nacht zal komen. Er zal zelfs geen enkele ‘scherf’ overblijven van hun fictieve doctrinaire scheidsmuur die niet langer meer overeind zal blijven staan.

Maar zelfs in het licht van de rampspoed die Jehovah hen wil toebrengen, zegt God dat zijn hart ernaar verlangt om barmhartigheid te betonen, door te zeggen: Maar Jehovah wacht geduldig tot hij jullie zijn goedheid kan tonen, en hij zal opstaan om barmhartig voor jullie te zijn. Want Jehovah is een God van recht. Gelukkig zijn degenen die hem blijven verwachten. (Jesaja 30:18)

Indien God van plan is om genade te tonen richting degenen die hij zal laten lijden, is dat dan niet iets goeds, zelfs voor degenen die steunen op leugens en bedrog? Maar belangrijker nog: Hoe zal Christus Gods oordelen dan uitdrukken? En onder welke omstandigheden zal God zijn gunst en barmhartigheid betonen richting degenen die “hem blijven verwachten”?

Het volgende vers onthult in dezelfde context dat de mensen van Sion gezegend zullen worden. Er staat geschreven: Wanneer het volk in Sion, in Jeruzalem, woont, zul je beslist niet huilen. Hij zal je juist zijn goedheid tonen als hij je hulpgeroep hoort. Zodra hij het hoort, zal hij je antwoorden. Hoewel Jehovah jullie brood zal geven in de vorm van ellende en water in de vorm van onderdrukking, zal je Grootse Onderwijzer zich niet langer verbergen. Je zult je Grootse Onderwijzer met eigen ogen zien. En met eigen oren zul je een woord achter je horen, dat luidt: ‘Dit is de weg. Wandel daarop.’ Dit voor het geval jullie naar rechts of naar links zouden gaan.(Jesaja 30:19-21)

Er bestaan verschillende aspecten van de profetie die niet passen bij de feitelijke voorchristelijke geschiedenis van Israël. Ten eerste, als de ineenstorting van de “hoge uitpuilende muur” verwijst naar de ineenstorting van de letterlijke stad Jeruzalem door toedoen van de Chaldeeën, zoals het Wachttorengenootschap beweert, op welke manier werd er dan gunst betoond richting de mensen die in Sion woonden? Heeft God Jeremia dan niet gebruikt om de Joden die in Jeruzalem woonden te instrueren dat zij zich dienden over te geven aan Nebukadnezar omdat ze anders vernietigd zouden worden?

Een ander raadselachtig kenmerk is daarnaast ook dat de profetie eindigt met de tenuitvoerbrenging van Gods vurige oordelen tegen Assyrië. Toch vond logischerwijs de Assyrische aanvalspoging op Jeruzalem plaats, nog voordat Babylon de stad feitelijk met de grond gelijk had gemaakt. Ook daar blijft het niet bij. De profetie stelt dat Jehovah zal neerdalen in woede, met vlammen van vuur, donderende hagelwolken en dat de Assyriër daarop ook volledig zal worden vernietigd. Dat vormt nauwelijks een accurate beschrijving van de gebeurtenis waarbij Gods engel in één nacht het hele Assyrische leger vermoordde terwijl zij lagen te slapen.

Echter is de waarheid, dat hoewel de profetie werd geschreven in de context van de oude wereld, dat deze profetie in werkelijkheid bedoeld is om Gods oordelen te onthullen met betrekking tot de openbaring van Christus. In die zin heeft God zichzelf verborgen en zal Hij zichzelf en zijn oordelen openbaren door middel van de manifestatie van Jezus Christus. Voorspelt Jesaja dan ook niet dat Jezus de “Wonderbare Raadgever” zal worden genoemd? Op die manier zal de Grootste Onderwijzer door middel van Christus zijn koppige dwalende volk gaan corrigeren.

Degenen die in Sion en Jeruzalem zullen wonen, zijn de zonen van het Koninkrijk over wie wordt gezegd dat ze de hemelse berg Sion en de stad van de levende God zijn genaderd en die ook de koningen van het nieuwe Jeruzalem zullen worden. De profetie heeft dus betrekking op de oprichting van het Koninkrijk en de voltooiing van Gods voornemen in verband met de nieuwe schepping.

De uitleg van het Wachttorengenootschap over dit gedeelte van Jesaja is op zichzelf een demonstratie van hoe zij voor zichzelf zorgen door middel van bedrog en misleiding. Dit is wat ze hebben verklaard in hun eigen commentaar op Jesaja’s profetie:

Wanneer getrouwe aanbidders in deze tijd de bijbel lezen, is het alsof Gods vaderlijke stem hun zegt welke weg zij moeten bewandelen en hen aanspoort hun levenswandel dienovereenkomstig aan te passen. Iedere christen moet aandachtig luisteren naar wat Jehovah zegt via de bladzijden van de Bijbel en via op de Bijbel gebaseerde publicaties waarin „de getrouwe en beleidvolle slaaf” voorziet. Laat iedereen zich toeleggen op Bijbellezen, want ’het betekent zijn leven’.

Volgens de profetie verbergt God zichzelf totdat hij zich openbaart, onmiddellijk voordat hij een oordeel zal vellen tegen de aardse macht die zijn volk dreigt te vernietigen. Wanneer God zichzelf dan enkel maar zou onthullen door middel van de Bijbel, op welke manier heeft God zichzelf dan al die tijd verborgen gehouden? Is de Bijbel dan niet vrij toegankelijk geweest voor iedereen? Bovendien komt Jehovah’s strenge onderricht tot stand terwijl hij zijn volk brood en water geeft in de vorm van ellende en onderdrukking. Maar is het dan niet zo dat Jehovah’s Getuigen geloven dat ze op dit moment al leven in een geestelijk paradijs? Waar zijn dan de ellende en de onderdrukking die gepaard gaan met de openbaring van de Grootse Onderwijzer?

De profetie heeft helemaal niets te maken met de stelling dat God via de bladzijden van de Bijbel spreekt, en al helemaal niet met de bewering dat deze profetie zou worden vervuld doordat God zou spreken via de ‘op de Bijbel-gebaseerde’ publicaties van het Wachttorengenootschap. Het feit dat Jehovah als het ware een woord van achteren spreekt, valt buiten het domein van alles waar we momenteel aan gewend zijn.

Wat betreft de Assyriër: Zoals Jehovah’s Getuigen heel goed weten, heeft Satan altijd geopereerd door gebruik te maken van verschillende rijken die helemaal teruggaan tot het oude Egypte. Openbaring beeldt het systeem af als een zevenkoppig beest. Gods oordelen tegen Babylon en Assyrië vormen dus een voorafschaduwing van zijn handelswijze met betrekking tot het beest zodra Christus voor de tweede keer zal komen. Echter is God voornemens om eerst nog het beest te gebruiken om ellende en onderdrukking te veroorzaken. Met welk doel? Om een geloofsbeproeving toe te staan welke zal dienen als antwoord op de strijdvraag van de Beschuldiger.

Wanneer God zichzelf buiten het gezag van het Wachttorengenootschap zal openbaren, zullen Jehovah’s Getuigen feitelijk worden gedwongen om hun eigen geloof te demonstreren. Feitelijk zal deze beproeving die God voornemens is om uit te voeren van alle Jehovah’s Getuigen vereisen dat zij het Wachttorengenootschap volledig los zullen moeten gaan laten en ze zullen haar vervolgens ook moeten verwerpen. Door dit te doen zullen ze de verafgoding van JW.org, die op subtiele wijze door de Duivel is bevorderd, volledig verwerpen. Dat is ook waar de volgende verzen van Jesaja betrekking op hebben. Per slot van rekening blijft afgoderij te allen tijde afgoderij, of het nu gaat om een letterlijk ‘gehouwen beeld van goud’ of wanneer het gaat om een organisatie die ‘op de Bijbel-gebaseerde lectuur’ publiceert. Daarom staat er ook geschreven in Jesaja 30:22: En jullie zullen de zilveren deklaag van je gehouwen beelden en de gouden laag van je metalen beelden verontreinigen. Je zult ze weggooien als een menstruatiedoek en zeggen: ‘Weg ermee!”

Tijdens het meest duistere uur van de wereld, wanneer de mensen zullen flauwvallen van angst, zal het licht van de wereld – Jezus Christus – zichzelf openbaren aan degenen die de beproeving als gevolg van de ineenstorting van de Wachttoren zullen doorstaan.

“Hij zal regen geven voor het zaad waarmee je de grond inzaait, en het brood dat de grond opbrengt zal goed en voedzaam zijn. Op die dag zal je vee op uitgestrekte weidegronden grazen. De runderen en de ezels die de grond bewerken, zullen voer vermengd met zuring eten, dat met de schop en de hooivork is gewand. Op elke hoge berg en op elke hoge heuvel zullen beken en stromen zijn, op de dag van de grote slachting, wanneer de torens vallen. Het licht van de vollemaan zal als het licht van de zon worden. En het licht van de zon zal zeven keer zo sterk worden, als het licht van zeven dagen, op de dag dat Jehovah de breuk van zijn volk verbindt en de ernstige wond geneest die door hem is toegebracht.” (Jesaja 30:23-26)